Wandelverslagen

2011 Sinterklaastocht
2011 Voettocht naar Rome
2011 Winterserie
2008 Merselo - Santiago
2008 Bedankbrief
2008 Verslag week 1
2008 Verslag week 2
2008 Verslag week 3
2008 Verslag week 4
2008 Verslag week 5
2008 Verslag week 6
2008 Verslag week 7
2008 Verslag week 8
2008 Verslag week 9
2008 Verslag week 10
2008 Verslag week 11
2008 Verslag week 12
2008 Verslag week 13
2008 Verslag week 14
2008 Verslag week 15
2008 Verslag week 16
2008 Verslag week 17
2008 Verslag week 18
2008 Verslag week 19
2008 Verslag week 20
2008 Naschrift
2006 KRO Stiltewandeling

De vereniging
Foto Album
Jubileumfeest
Nieuws
Wandelprogramma
Gastenboek
Links
Activiteitenkalender


Nieuwsblad voor venray en omgeving
Home > Wandelverslagen > 2008 Verslag week 17 << Terug naar vorige pagina
Merselo - Santiago verslag van week 17

21 Augustus 2008  Dag 113  Murias de Rechivaldo    El Acebo  35 km  Totaal 2622 km

 

Gisteravond waren we met z’n vijven voor het gezamenlijke diner. We zaten met een Spanjaard, een Fransman, en een Australische aan tafel. Het eten was niet zo geweldig en de porties aan de kleine kant. Misschien ben ik het te goed gewend, omdat Fien bijna altijd zelf kookt. Het is dan niet zo uitgebreid, maar het is onze smaak en de porties zijn voldoende.

We hadden weer een snurker op ons zaaltje. De Fransman die bij ons aan tafel zat, deed een poging om hem te stoppen, door aan hem te porren. Dit was echter van korte duur. Zo zag ik dat de Australische hem ook aansprak, maar dat was helaas ook van korte duur. Ook ‘ssssttt’ geroep en handgeklap mocht niet baten.

Vanmorgen van het aangeboden ontbijt gebruik gemaakt (€ 3,- p.p.). Het was wel goed, maar toch nog wat extra brood gevraagd, want er staat ons een zware dag te wachten.

Van Murias de Rechivalde, wat op 870m hoogte ligt, ging het naar het Castrillo de Polvazarez (900m) en daarna naar El Ganso ( 1030m). Hier was een eenvoudige Albergue. Het deed mij denken aan een Amerikaanse wild west saloon bar. Vandaar ging het naar Rabanal del Camino (1150m) en vervolgens naar Foncebadón (1425m). Veel vervallen huizen komen we op onze route tegen. Het gebergte waar we nu door wandelen, wordt Montes de León genoemd. Veel verdort gras en struikjes waaronder brem en heide, maar ook veel met mos begroeide eiken bomen. Er waren ook enkele dennen bossen, maar de eiken overheersten. Van Foncebadón ging het naar het hoogste punt van de dag, maar ook van onze gehele route, nl. 1510m. Dit ligt bij Cruz de Ferro. Cruz de Ferro is een simpel ijzeren kruis, bovenop een boomstam op het hoogste punt (1500m). In al zijn eenvoud vormt het een indrukwekkend, eeuwenoud monument op een markant punt van de route. Een bemoedigend teken voor de pelgrims, dat zij Santiago zouden halen. Op de weg er heen, zagen we een kruis langs de weg van een in het jaar 2000 overleden Argentijn (67 jaar). We hebben al eerder enkele kruizen van overleden pelgrims waargenomen. Bij Cruz de Ferro, hebben we de steentjes van onze kinderen en kleinkinderen en van ons zelf op de hoop, die er al ligt, achtergelaten. De uit Nederland meegenomen steentjes symboliseren de last (zorgen), die wij hier hopen achter te laten. Onder aan de paal is van alles vastgebonden en het geeft indrukwekkend, maar tevens ook een rommelig geheel. Het bereiken van dit punt is erg indrukwekkend voor ons en ook wel emotioneel.

Nadat we onze route vervolgde en aan de afdaling begonnen, werden we ingehaald door een fietser. Het was Henk Nijland uit Duiven. Er werden ervaringen uitgewisseld en ook wat adres- en internet gegevens. Eerder op de dag hebben we al een Nederlands echtpaar op de fiets, uit Haarlem ontmoet. Zo zie je dagen (weken) geen Nederlandse fietsers meer en vandaag zijn het er zelfs drie! De afdaling die we vanaf Cruz de Ferro begonnen, stond in ons route boekje beschreven als ‘Spectaculair’. Er waren stijle stukjes bij, maar het was nagenoeg niet noodzakelijk om de remmen te gebruiken. Met ons lichaam, konden we de karren voldoende afremmen.

Bij Cruz de Ferro, zijn we de grens gepasseerd van Maragateria naar El Bierzo. Onze bedoeling was om in Manjarin in een kleine albergue te overnachten, maar toen we daar aankwamen en het rommelige geheel in een bouwval zagen, liepen we zonder een verdere bezichtiging verder. In El Acebo, (1150m) zijn twee albergues. Beiden waren vol, maar bij de parochiale albergue, kunnen we onze matjes en slaapzakken uitspreiden in de receptieruimte. De matjes waren uiteindelijk niet nodig, omdat we toch nog matrassen kregen. Er is een gezamenlijk avonddiner en ontbijt. Kosten zijn een donatie bijdrage.

22 Augustus 2008  Dag 114  El Acebo – Ponferrada  17 km  Totaal 2639 km

 

Vanmorgen werden we gewekt door Gregoriaans gezang. Tussen 6:00 – 6:30 uur was het ontbijt. Maar goed dat we gisteren Cruz de Ferro zijn gepasseerd, want vanmorgen is het bewolkt en op die hoogte zeker mistig. We zouden dan al die mooie panorama’s hebben gemist. Hoewel we hier in El Acebo toch nog op 1150m hoogte zitten, is het toch niet koud. Misschien heeft het met de aanwezige bewolking te maken. Na de hospitalero’s nog eens uitdrukkelijk bedankt te hebben, omdat wij ondanks dat het vol was er toch nog een plekje voor ons was, gingen we op pad.

De afdaling, die we gisteren hier onderbroken hebben, ging weer verder. Veel kastanjebomen langs de weg. We zagen nog een kudde schapen, begeleidt door een herderin met een lange blauwe short aan. Soms lijkt het of hier de tijd 50 jaar stil heeft gestaan. Het geklingel van de schaapsbellen was nog lang te horen. Ook nu weer fraaie vergezichten, met ook af en toe een blik op de onder ons liggende weg die wij kort daarna te bewandelen hebben. We passeerden Riego de Ambrós (950m) en in Molinaseca (600m) ging het over een oude Romeinse stenen boogbrug, die ons door het dorp leidde. Na Molinaseca scheen de zon weer volop. Er zijn kastanje bosjes en weiden met vee, maar ook weer wijngaarden. Dit is El Bierzo. Net voor Ponferrada ging het over een brug van de Rio Boeza naar de drukke industriestad Ponferrada, die aan weerszijde van de Rio Sil ligt en zijn naam ontleent aan een granieten brug, versterkt met ijzer en een leuning. Deze werd in vroegere eeuwen speciaal voor pelgrims gebouwd, door bisschop Osmundo van Astorga. De Romeinen waren hier ook actief met de grootste goudmijnen van hun rijk. Zij hadden hier een vesting gebouwd: Het interamnium Flavium. Op de resten hiervan werd rond het jaar 1000 de stad gevestigd en bouwden tussen de 12e en 14e eeuw, de tempeliers er hun laatste bastion. De geestelijke ridderronde had de taak op zich genomen om Camino en de pelgrims te beschermen. De tempeliers hadden ook een belangrijke bankiersfunctie gekregen, doordat ze toestonden dat vorsten hun geld veilig konden stellen in hun sterke burchten en er tevens geld konden lenen. Jaloezie van deze kant ten opzichte van hun toenemende rijkdom en hun spreekwoordelijk geworden drankzucht hebben de ondergang van deze orde betekend. Na 1312 zijn ze uit Spanje verdreven. Deze tempelierburcht maakt nog immer indruk met een toegangsbrug, hoge torens en zijn grote omvang.

Vanwege de korte route van vandaag, waren we om 11:15 uur al bij de albergue S.Nicolas de Flüe. Er was een Duitse Hospitalero. We liggen met een Duitse moeder en zoon uit Regensburg op een kamer. Er is een vrije donatie. Fien kwam er achter dat zij twee handdoeken bij onze laatste overnachting aan de waslijn had achter gelaten.

23 Augustus 2008  Dag 115  Ponferrada - Villafranca del Bierzo  26 km  Totaal 2665 km

 

Gisteravond nog naar het gezamenlijke avondgebed, met aansluitend de pelgrimszegen, in de erbij gelegen kapel geweest. De pater die hier in voorging, betrok de pelgrims er persoonlijk bij, door ze te laten vertellen, waarom ze deze pelgrimstocht liepen. Ook werd er in verschillende de talen door de pelgrims het ‘Onze Vader’ gebeden. Jammer dat je het in het Spaans niet verstaat. Er waren wel in verschillende taken teksten op papier, maar niet in het Nederlands. We hebben dat later ook aan de Duitse hospitalero te kennen gegeven. Hij zou dit verder aan de betreffende ter sprake brengen. Dus misschien bij een volgende keer, is er een Nederlandstalige tekst.

Vanmorgen afscheid genomen van de Duitse moeder met zoon, waarmee wij de kamer deelden. Zij had een zere voet en had er iemand naar laten kijken. Het is op den aard dezelfde blessure, waar Fien enkele weken terug nog last van had. Ook zij kreeg zalf voor haar voet, maar werd afgeraden om nu nog verder te wandelen. Zij gaat nu met de bus verder en wil toch nog proberen de laatste 100 km te lopen, zodat zij toch haar Compostela in ontvangst kan nemen. Haar zoon gaat nu alleen verder. Nu we nog maar een paar honderd kilometer van Santiago verwijderd zijn, zie je het steeds drukker worden op de Camino. Veel mensen lopen moeilijk en hebben steunverbanden om. In de albergues zie je voortdurend het blaren prikken en worden massages gegeven. Fien of ik hebben tot nog toe geen blaar of last van spierpijn gehad en we hebben niets geforceerd door extreem snel te gaan. Toch hebben wij wel respect voor de Camino lopers die op de stijle rots- of fietspaden met veel klimmen en dalen hun weg belopen. Dit geldt ook voor de camino fietsers. Na het moeilijke parcours is het vaak banden plakken. Ook van de Duitse hospitalero hebben we afscheid genomen, die in deze grote albergue/refugio (180 bedden) zijn medewerking verleende. 

Vanuit Ponferrada (540m) deden wij vele dorpjes aan, waaronder; Colombrianos, Fuentes Nuevas (520m), Camponaraja, Cacabelos (485m) en via de brug over Rio Cua naar Villafranca del Bierzo (510m). Veel druivenvelden vandaag op onze route. Ook de gepasseerde dorpen kenmerken, dat dit weer een grote druivenstreek is door kunstwerken van druivenplukkers/sters en een grote oude wijnpers. In de omgeving zijn veel Bodegas die de wijn van de Bierzo aanprijzen. Ook vandaag weer prachtig wandelweer bij een helderblauwe hemel.

Toen we Villafranca binnen kwamen was het 31 garden celsius. Bij binnenkomst van het stadje kwamen we langs een burcht uit de 16e eeuw met versterkte hoektorens. Er is de San Francisco kerk, gesticht begin 13e eeuw door Franciscus van Assisië  op zijn pelgrimstocht naar Santiago. Dan is er nog de prachtige Romaanse Santiago kerk uit 1186. Deze had voor veel pelgrims een bijzondere betekenis. Onder de ‘Poort van Vergeving’ was voor degenen, die niet verder konden wegens zwakte of ziekte, dispensatie mogelijk voor het laatste deel van de tocht. Hierdoor ontvingen zij toch dezelfde aflaten als in Santiago en dat was niet overbodig gezien de pelgrimsgraven ernaast.

We hebben voor de komende nacht onderdak in een oud schoolgebouw. Het is allemaal verouderd en we slapen op een matras op de vloer, maar het is er netjes en het is gratis.

24 Augustus 2008  Dag 116  Villafranca del Bierzo – Las Herrerias  21 km  Totaal 2686 km

 

Ik denk dat we met hooguit 15 personen in het oude gebouw overnacht hebben, waarvan het overgrote deel fietsers zijn. De eetzaal, waar we ons ontbijt gebruikt hebben, is voorheen een kapel geweest. Mij lijkt het, dat dit gebouw vroeger een internaat was. Ons gasbrandertje hebben we hier nog gebruikt, omdat de keuken ontbrak, maar voor de rest was het prima voor ons. Bij ons vertrek hebben we een donatie gedaan in de glazen pot die er stond met muntjes er in.

Via de brug over de Rio Burbia waar het beeldhouwwerk van een pelgrim een toeziend oog op heeft, verlieten we Villa Franca. De gehele route van vandaag volgden we de Rio Valcarce stroomopwaarts door een smalle kloof. Veel hoge populieren langs het riviertje. Ook weer veel noten- en tamme kastanje bomen. In de berm zie je veel dille.

Je loopt hier over een oude weg, die dateert uit de prehistorie en in gebruik was bij de Romeinen, ridders van Karel de Grote, Franse emigranten i.v.m. de Reconquista en de vele pelgrims. Talrijke keren zijn we onder de nieuwe autoweg A6 doorgelopen. De vele hoge viaducten en de tunnels die noodzakelijk zijn voor de aanleg van deze weg, geven je wel een beeld, dat dit veel arbeid heeft gekost.

Aan weerszijden zagen we hoge bergen met veel bomen. Ook zagen we stukken waar het kaal is, misschien door bosbranden van voorgaande jaren? We zagen verschillende malen helikopters overvliegen en het leek er op dat zij met blusvaten waren uitgerust. Zwart geblakerde berghellingen hebben we waargenomen, maar dat was niet van vandaag, er was immers geen rook zichtbaar.

Het is hier frisgroen vergeleken met het landschap dat we voorheen in Spanje zagen en je ziet en hoort de koeien, die een bel met zich mee dragen. De hoge bergruggen houden de regenwolken tegen, maar zo te zien is dat hier niet altijd het geval. We naderen het groene, maar ook vaak natte Gallicië. De vele waterstroompjes die in de Rio Valcarce uitmonden, getuigen daar van.

We verlieten met een heldere hemel Villa Franca (510m), maar in de loop van de morgen nam de bewolking toe. We hebben een paar druppeltjes gevoeld, maar het was niets van betekenis. De volgende de dorpjes deden we aan: Pereje (550m), Tabadelo (585m), Ambasmestas (610m), Vega de Valcarce (630m) en Las Herrerias (700m). In de dorpjes die we passeerden, is veel leegstand en zijn er veel vervallen woningen. Dit geldt trouwens ook voor de gehele Camino. Het is in Nederland bijna niet denkbaar, dat zulke bouwvallen van huizen er zo lang blijven staan. 

Onderweg troffen we nog twee Nederlandse Camino lopers die vanuit Nederland, maar dan in trajecten, op weg zijn naar Santiago. De oudste was 69 jaar en zij komen uit Dordrecht en Zierikzee. Het toeval wil, dat één van hen, ons in de buurt van Troyes gezien heeft tijdens hun vakantie. We hebben toen nog naar elkaar gezwaaid. Dit doen we over het algemeen wel, als wij een auto met Nederlands kenteken zien. We waren nog niet met elkaar in gesprek, toen er nog een jong Nederlands stel uit Amsterdam bij kwam. Zij waren de St.Jacobsroute aan het volgen. Het is toch leuk deze ontmoetingen en na het uitwisselen van onze ervaringen en het maken van enkele foto’s, gaat dan iedereen weer zijn eigen weg. Die van ons ging vandaag tot Las Herrerias, waar we in een kleine refugio (18 bedden) onze nacht doorbrengen in een tweepersoonsbed. Kosten € 5,- p.p.

25 Augustus 2008  Dag 117  Las Herrerias  -  Fonfria  27 km  Totaal 2713 km

 

Buiten ons, was er nog een Italiaanse familie; vader, moeder, dochter en zoon, die de Camino per fiets aan het volgen waren. Gisteravond, toen we al in bed lagen, was het nog lang rumoerig. De familie van de refugio, huisden boven onze slaapzaal, welke afgescheiden was door een gehorige houten vloer. Zij hadden bezoek en het werd een late en voor ons ook. De vrouw van de Italiaanse familie, reageerde vanmorgen op de herrie van gisteravond. Na afscheid van de familie te hebben genomen, die net voor ons vertrokken, zijn ook wij aangelopen.

Van Las Herrerias (700m) ging het weer over een oud Romeins bruggetje en met een klim terug naar de route, waar we gisteren in verband met de overnachtingplaats van af geweken waren.

Gisteren, hebben we lange tijd langs de Rio Valcarce gelopen, maar vanmorgen ging het al direct gestaag omhoog, naar en onder de boven ons liggende autoweg A6 door, via gigantische hoge viaducten. Je hoorde nog lang het geruis van het onder ons stromende riviertje en het geklingel van de koebellen. Het was een zeer rustige weg. Je rook de dille in de bermen. De toppen van de bergen werden geleidelijk verborgen door de laaghangende bewolking. In Puerto Pedrafita hadden we een hoogte van 1100m bereikt. We hebben er een pauze gehouden en wat dagverslagen op het postkantoor achter gelaten. De bewolking was verdwenen en de zon weer volop aanwezig. Voor Puerto Pedrafita waren er nog veel tamme kastanje- en notenbomen langs de weg. We passeerden daar ergens ook de Galische grens. Vandaar ging het in een klim en bochtige weg verder naar Cebreiro (1310m). Het nietige dorpje bestaat slechts uit een twintigtal huizen met een kerkje uit de 10e eeuw. Het ligt op de hoogste bergrug tussen León en Galicia.. Er kwam net een Duitse touringcar met een grote aanhangwagen aan, waarop stond ‘Rollend Hotel’. Er was veel belangstelling van hun kant over ons doen en laten.

In het plaatsje vind je nog typische woningen met ovalen vorm en strodaken (palloza). Iets verder kwamen we langs het indrukwekkende pelgrimsbeeld, Alto San Rogue’. Het is hier fris en groen, waarschijnlijk omdat er in dit gebied meer regen valt.

Vandaag hadden we prachtige vergezichten, ondanks de lange klim genoten we er intens van. Veel struik-, boom- en bosgebieden, met de daar tussenliggende grasvlakten. Weinig grazend vee. Toen we in Fanfria aankwamen, zagen we aan de opgedroogde koeienflaters op straat, dat er wel vee was.

Tijdens het schrijven van dit verslag, dreef een persoon met een hond, vier koeien en een stier door de straten. De stier was wat onwillig en de begeleider deed alle moeite om hem terug op het goede pad te krijgen. Vannacht slapen we in albergue de Montana. Kosten € 7,- p.p..

26 Augustus 2008  Dag 118  Fonfria  - Sarria  34 km  Totaal 2748 km

 

Gisteren nog verschillende bekende gezichten gezien, die ook in dezelfde albergue verbleven; zoals de Duitse jongen, waar van we hoorden dat zijn moeder (met de voetblessure) toch weer de Camino aan het lopen was. Zij is al wat verder op de route en sliep ergens anders. Dan was er nog een andere Duitse moeder met zoon, waarmee we al vaker gesproken hebben.

Tijdens het schrijven van mijn dagverslag buiten aan een tafel, werden we aan gesproken door een jong Tsjechisch stel uit Brno. Het zijn toch leuke contacten. Ook zagen we nog een Zuid Afrikaans meisje dat enkele weken terug nog een knie blessure had. We zaten nog met het jonge Tsjechische stel te kletsen, toen een 64 jarige Belg uit Antwerpen er bij kwam zitten. Naar wat hij vertelde, was hij drie jaar geleden getroffen door een beroerte en had hierbij toch veel van zijn gezondheid in moeten leveren. Zijn wens was toch, om de voettocht naar Santiago te kunnen maken. Verleden jaar was hij tot Bordeaux gekomen en dit jaar was hij van Bordeaux onderweg naar Santiago. En dan te bedenken, dat als hij een goede dag heeft, hij maximaal 6 km (totale afstand) loopt. Voor zo iemand heb ik diep respect, dat hij de wilskracht en moed kan opbrengen om in zulk een lichamelijke conditie dit te willen aangaan. Naar mijn inziens wil hij aantonen, dat dit na zijn beroerte nog mogelijk moet zijn. Zijn geloofsovertuiging, speelt daarbij zeker een grote rol. Hij zei dat hij deze Camino al zeker vier maal was gevallen en dat hij er geen blessure of pijn aan over heeft gehouden. Hij was er van overtuigd, dat er iets of iemand een hand boven zijn hoofd hield. Zo heeft hij meegemaakt, dat hij ergens uitgeput langs de Camino zat en dat een hospitalero van de refugio, waar hij van plan was te overnachten, hem tegemoet was gekomen en hem de laatste kilometers begeleid heeft.

Gisteravond hebben we weer eens deelgenomen aan een gezamenlijk pelgrimsdiner. Het restaurant was gevestigd in een nieuw palloza gebouw (ovaalvormig met strodak). Van binnen was veel hout verwerkt in de dakconstructie. Er was Keltische muziek te horen. Het eten was voortreffelijk en voldoende. Ik zat naast Fien en de 64 jarige Belg. Tegenover mij zat een Deense en twee Duitse vrouwen. Op de weg terug naar de albergue, gaf het een korte maar hevige klim. De 64 jarige Belg waar we mee terug liepen, was buiten adem toen we daar aankwamen. We hebben afscheid van hem genomen, met de woorden dat als we in Santiago mogen aankomen, Jacobus zullen waarschuwen van zijn komst. Het afscheid was erg emotioneel.

Vanmorgen bij het verlaten van Fonfria (1290m) weer prachtig helder weer. De verwachte kou op deze hoogte viel reuze mee. De afdaling naar Triacastela (665m) ging weer over een rustige weg, slingerend tussen de bergen door. Op een afstand zag je de nevel hangen met de bergtoppen er boven uit stekend. Weer prachtige vergezichten en fantastische grillige rotspartijen. Ook weer veel kastanje-, noten-, en eikenbomen. Veel heide en brem. Naarmate we verder met de afdaling vorderde kwamen er ook meer grasvlakten, gescheiden door struiken en bossen en ook nog kleine stukjes akkerland. De gebonden strobossen, lagen naast elkaar op het stoppelland.

In Samos (590m) ligt het Monasterio (klooster) van San Julian. Dit enorme gebouwencomplex met een indrukwekkende barokgevel, heeft na verschillende branden, veel veranderingen ondergaan. Het werd in de 6e eeuw gesticht. Delen dateren uit de 11e en 12e eeuw. Een brand in 1951 was aanleiding voor een uitgebreide renovatie. Het is één van de oudste kloosters van Spanje. Sinds 960 de voorschriften van St.Benedictus werden ingevoerd, bieden de monikken onderdak aan pelgrims. We hebben er niet overnacht, maar kregen er wel een prachtige stempel in ons derde credential. Ook van de El Salvador kapel uit de 9e eeuw, welke we bij toeval ook van binnen mochten bezichtigen, hebben we een stempel gekregen. De cypres die vlak naast de kapel staat, schijnt 1000 jaar oud te zijn. Er is wel wat EHBO op hem toegepast. De stam is gedeeltelijk met plastic omwikkeld.

Onderweg naar Sarria, nog wat appel geraapt van een naast de weg staande boom. In Sarria (450m) hebben we de albergue de Perigrinos Sarria opgezocht. De Duitse moeder met de voetblessure was weer herenigd met haar zoon in de albergue. Ze loopt de Camino weer met gebruik van pijnstillers.

27 Augustus 2008  Dag 119  Sarria -  Portomarin  25 km  Totaal 2773 km

 

Gisteren nog vergeten te vermelden, dat we tijdens de afdaling 2 Engelse mannen hebben ontmoet. Het toeval wil, dat zij ook op 1 mei vanuit Bristol (Zuid West Engeland) zijn vertrokken. De oversteek van het kanaal hebben ze met een zeilbootje met vrienden gemaakt en heeft 18 uren geduurd. Het aantal gewandelde kilometers was ook circa 2700 km. Onze karretjes hadden hun speciale aandacht en deze werden dan ook op de foto gezet.

Gisteravond nog flink mijn hoofd gestoten tegen een plafond balk, toen ik het bovenbed in gebruik nam. Er was weinig ruimte tussen het boven bed en het plafond, maar vanmorgen bij het op staan in het donker, herinnerde ik mij de harde balk nog. Overigens was het een hele nette albergue. We kregen bij aankomst schone matras en kussen overtrekken en dat voor een overnachtingprijs van € 3,- p.p..

Vanmorgen toen we Sarria (450m) uitliepen, begonnen we meteen met een klim, met zicht op laaghangende bewolking boven ons. Na enige tijd liepen we zelf in de dichte nevel. Het zicht was nog geen 100m. De klim ging verder en op een gegeven moment was de zon er weer en zaten we boven de bewolking. We waren over 6km 170m in hoogte gestegen.

Tot nu toe hebben we steeds geluk gehad met het weer, als we op grotere hoogten waren, zoals in de Pyreneeën en de Cruz de Ferro. Nu weten we ook wat het is, om in de wolken te lopen. In Pacios Paradela hebben we inkopen gedaan en een pauze gehouden. Veel dorpjes en bossen gepasseerd met enkele grote boerderijen en varkenstallen. Na eerst tot 620m te zijn geklommen, ging het vervolgens met een afdaling naar Portomarin (350m). In de omgeving is weer druiventeelt.

Portomarin ligt aan de overzijde van een stuwmeer van de Rio Mino: Het dorpje is onder de waterspiegel verdwenen toen de stuwdam in 1962 was voltooid. Steen voor steen zijn de mooiste gebouwen afgebroken en hogerop weer in elkaar gezet. Zo ook de vierkante kerk van San Juan uit de 12e eeuw. Deze lijkt wel een vesting, maar heeft mooie versierde portalen. Hier en daar ziet men nog de nummers op de stenen, overgebleven van de herbouw. In de middeleeuwen hoorde bij de kerk een groot hospital van San Juan. Het was een verblijf voor de ridderorde die de brug en een deel van de Camino beschermde.

We hebben ons onderdak voor de komende nacht in één van de drie refugio’s en wel in de municipal (110 bedden). Kosten € 3,- p.p..

Naar boven    Print deze pagina    Mail de webmaster     
Meerdaagse verwachtingen!
   
 
Webs.nl Inbound marketing