Wandelverslagen

2011 Sinterklaastocht
2011 Voettocht naar Rome
2011 Winterserie
2008 Merselo - Santiago
2008 Bedankbrief
2008 Verslag week 1
2008 Verslag week 2
2008 Verslag week 3
2008 Verslag week 4
2008 Verslag week 5
2008 Verslag week 6
2008 Verslag week 7
2008 Verslag week 8
2008 Verslag week 9
2008 Verslag week 10
2008 Verslag week 11
2008 Verslag week 12
2008 Verslag week 13
2008 Verslag week 14
2008 Verslag week 15
2008 Verslag week 16
2008 Verslag week 17
2008 Verslag week 18
2008 Verslag week 19
2008 Verslag week 20
2008 Naschrift
2006 KRO Stiltewandeling

De vereniging
Foto Album
Jubileumfeest
Nieuws
Wandelprogramma
Gastenboek
Links
Activiteitenkalender


Nieuwsblad voor venray en omgeving
Home > Wandelverslagen > 2008 Verslag week 8 << Terug naar vorige pagina
Merselo - Santiago verslag van week 8

19 juni 2008  Dag 50  St. Germains-les Belles-Urzerche 41 km  Totaal 1256 km

 

Vanmorgen om 7:00 uur weer een paar stokbroden bij de bakker gehaald en na het inpakken en ontbijt, de sleutel van de refugio teruggebracht naar het gemeentehuis. De refugio was gratis en onze dank was groot. Nog snel enkele inkopen gedaan bij de plaatselijke kruidenier voor de komende dag, waarna het richting la Porcherie ging.

De zon scheen weer volop, dus de broekspijpen gingen eraf en het t-shirt werd omgewisseld voor een hemdje.

In la Porcherie hebben we een pauze gehouden, waarna het weer verder ging. De bedoeling was dat we richting Piquette en la Faurie zouden gaan, maar onze routebeschrijving was vandaag op enkele punten niet duidelijk genoeg. We hadden al eerder enkele onduidelijke situaties, maar op dit punt gingen we goed de mist in. In deze omgeving hebben we zeker 5km extra gelopen, waarbij we waarschijnlijk een van de hoogste toppen van de omgeving bereikt hebben, want ergens in dit stuk, gaf mijn hoogtemeter 530m aan.

Weer terug op het punt waar het fout ging, hebben we een automobilist aangehouden. Maar hij was ook niet zo bekend in deze omgeving, maar hij was behulpzaam en hield een auto aan met een echtpaar. Zij hebben ons weer op de juiste weg geholpen.

Na la Faurie, liepen we door een groot bosgebied, waarbij vele kleine vliegjes ons vergezelde. De boeren waren vandaag volop aan het hooien, dus de komende dagen blijft het waarschijnlijk droog. Gelukkig dat er vandaag nog wat wind was, dat gaf bij het klimmen toch enige verkoeling.

Hoewel het vandaag niet zo extreem op en af ging, zaten we toch over het algemeen vrij hoog. Dit variëerde tussen de 350 en 530m.

We dachten vandaag een korte route te hebben van ca. 24km. Ons einddoel voor vandaag zou de camping van Condat-s-Gaveneix zijn, maar daar aangekomen bleek er geen camping meer te zijn. Dus maar verder naar de camping in Uzerche. Deze bereikte we omstreeks 19:30 uur. De camping la Minoterie ligt aan de rivier de Vézère. Het stromende water ervan maakt een behoorlijke herrie. Wat we dachten wat een korte route van 24km zou worden, is uiteindelijk door het verlopen en de gesloten camping, een route van 41km geworden!

20 juni 2008  Dag 51  Uzerche – Lagraulière 18 km  Totaal 1275 km

 

Volgens de campingbeheerder zou er in Condat-s-Gaveneix toch een kleine naturisten camping moeten zijn. Wij hebben geen borden gezien die er naar verwezen en ook bij navraag hadden we geen resultaat. Mocht er wel een naturistencamping zijn geweest, dan twijfel ik er niet aan, dat Fien haar schelp, die ze met een koordje rond haar hals op de borst draagt, had afgedaan, laat staan de rest van haar kleding. Dan waren we toch doorgelopen naar deze camping.

Nog even bij de campingbeheerder nagevraagd of de camping die we vandaag willen bezoeken, wel nog bestaat en dit werd bevestigd.

Gisteren hebben we de weg naar deze camping, via de aangegeven route op de borden gevolgd, maar nu blijkt dat er een veel kortere weg is, die pal langs de Vézère ligt. Deze is enkel door fietsers en voetgangers te gebruiken. Dit pad hebben we dan ook gebruikt om het oude centrum van Uzerche te bezoeken. Hiervoor moesten we nog een stuk onverhard pad nemen. Ik had nog enkele foto’s genomen en Fien was mij vooruit gegaan op dit pad. Het was geen lange klim, maar wel behoorlijk steil. Toen ik bijna boven was, kreeg ik van een Engelstalige te horen dat ik had verloren en dat mijn vrouw had gewonnen. Ik was wel blij dat Fien er zonder er onder uit te gaan, boven was gekomen. Het herinnerde mij aan onze derde dag, toen we tegen het talud van het Julianakanaal, een er langs liggend pad probeerde te bereiken en Fien er eronder uit ging.

Uzerche heeft een prachtig oud stadscentrum. De Petruskerk (St.Pierre) met een toren in de inmiddels bekende romaanse stijl van de Limousin, werd in de 11e eeuw gebouwd en bezit een crypte. De massieve ronde toren naast de kerk is een restant van de verdedigingswerken die 18 torens en 5 versterkte poorten telden. Verder liggen er nog twee kastelen, waaronder bij de Porte de Bécharie het Château Pontier. Het stadje kwam tot ontwikkeling na de stichting van een benedictijnerabdij in 977. Vanaf de stadsmuren op de rotswand, hoog boven de Vézère, heeft men een fraai panorama.

Na het bezoek van de kerk, met het gebruikelijke aansteken van een kaarsje ging het verder met de bezichtiging van het oude centrum. Het was al naar elven, toen we Uzerche verlieten en aan de andere zijde van de Vézère richting Espartignac gingen. Het was een onverhard pad, wat door een bosgebied liep en omdat er veel schaduw was, liep het best fijn. In Espartignac hebben we onze pauze gehouden. Daarna ging het in een fikse klim richting St. Jal. Iets voor deze plaats, vonden we een geplette slang op het asfalt. Deze had de oversteek niet levend gehaald. Kort daarna werden we ingehaald door een fietser afkomstig uit Gulpen, die ook onderweg is naar Santiago.

In het dorpje Lagraulière aangekomen, hebben we de monumentale 12e eeuwse romaanse kerk bezichtigd. Jammer genoeg konden we er niet binnen in.

Toen we daar op het dorpsplein een pauze hielden, waren er voor het gemeentehuis kinderactiviteiten in de vorm van een voordracht, zang en acrobatiek. Hier troffen we een Rozendaler (West Brabant), die al op de terugweg was, nadat hij in Sevilla was geweest. Bij thuiskomst zou hij 7000km op de fiets hebben afgelegd. Hij was nog niet weg, toen een echtpaar uit Heemskerk arriveerden. Zij waren in St.Jean Pied de Port op de fiets gestapt om vandaar uit naar huis te fietsen.

Op de camping municipal te Lagraulière aangekomen, troffen we er een lege camping aan. Iemand van het camping beheer heeft zich toch laten zien, waarbij we de campingkosten van € 5,80 voor twee personen hebben betaald. Zo het er nu naar uit ziet, zijn wij vannacht de enige gasten.

21 juni 2008  Dag 52  Lagraulière – Donzenac  25 km  Totaal 1300 km

 

Toen we vanmorgen opstonden, waren we nog steeds de enige gasten op de camping. We zagen een onbewolkte lucht en de temperatuur ’s morgens vroeg was van dien aard, dat de korte broek direct aan kon. Na een behandeling met de zonnebrand crème, ging het terug naar Lagraulière, waar nog de nodige inkopen betreffende ons dagelijkse eten gedaan werden. Dat was wel nodig, want het was de laatste plaats voor onze eindbestemming van vandaag, waar we nog een bakker en een kruidenier zouden tegenkomen.

Het was vandaag geen zware route. We vertrokken in Lagraulière vanaf 450m hoogte en in Donzenac op de camping La Riviere, meet ik 175m. Dat wil niet zeggen dat er geen klimmen bij zaten.

Ik denk dat de zon vandaag een belangrijke rol speelde, want de temperatuur liep op tot 34°C.

Gelukkig stonden er veel bomen langs de weg en voerde de route door bosrijke gebieden en rivierdalen. Er staan ook wel fruitbomen langs de weg en er waren ook enkele kersenbomen bij. Als Fien fruit ziet, dan kan ze daar niet vanaf blijven. Er zijn over het algemeen, weinig kersen in deze streek. Misschien dat de bloesem bevroren is, maar over het algemeen zien de kersenbomen er niet gezond uit. De bomen hier, zijn veelal met een mossoort bedekt.

Er wordt hier voornamelijk hout gestookt en zeker de huizen buitenaf. Overal zie je lange stapels stookhout liggen. Vanaf Lagraulière tot aan Donzenac (25km) hebben we geen kerkdorp meer aangedaan. Het waren enkel kleine gehuchtjes van een paar huizen. Dat wil niet zeggen dat het landschap minder mooi was. Beslist niet, maar de hoge temperatuur en het windstille weer, maakt het voor ons toch wat vermoeiender.

In Donzenac, dat bovenop een heuvel ligt, hebben we de 13e eeuwse St.Martinkerk bezocht. Het heeft nog een prachtig centrum met pleintjes. Vandaar hebben we onze camping La Riviere opgezocht, waar we de komende nacht verblijven.

 

22 juni 2008  Dag 53  Donzenac – Noailles  18 km  Totaal 1319 km

Gisteravond nog naar de voetbalwedstrijd Nederland – Rusland gekeken, in het recreatie lokaal van de camping. Dit werd, na verlenging, gewonnen door Rusland met 3-1, zodat Nederland uitgeschakeld is mbt de Europesche kampioenschappen.

Vanmorgen verwonderde het mij, dat de tent al droog was, maar toen ik terug kwam van het sanitairgebouw, was ze kletsnat van de regen.

Rond 8:00 uur hebben we bij de camping beheerder het bestelde stokbrood opgehaald en tevens geïnformeerd of de kleine boerderij camping in Noailles nog bestaat. Eerst werd er op het internet gekeken, waarna een telefoon gesprek volgde, waarop de bevestiging kwam dat de camping nog bestond. We moeten hiervoor wel 5km van de route afwijken, dus vandaar de navraag.

Toen we de camping verlieten, was het alweer droog, maar wel erg benauwd.

Van Donzenac ging het over de D170 naar Ussac. Hier liepen we een stukje parallel aan de autoweg A20. Bij voorgaande keren, als we een autoweg kruisten, zagen we heel vaak vrachtwagens van het Nederlandse transport bedrijf Vos. Het zal wel vanwege de zondag zijn, dat we er nu geen gezien hebben.

In Ussac nog wat inkopen gedaan in een grote supermarkt. Vandaar ging het in een gestage klim naar Brive-la-Gaillarde. Deze stad vormt het culturele en bestuurlijk centrum van de Corrèze. De stad ligt midden in een vruchtbare vallei en op een kruispunt van oude handels- en pelgrimswegen. Op de plaats van de stiftskerk ‘Saint Martin van Brive’, werd in 407 de geloofsverkondiger, Martin de Spanjaard, gestenigd. Rondom de St.Martin groeide vanaf de 12e eeuw een vestigingstad, die vanwege haar omvang nog in 1734 van nieuwe vestingwerken werd voorzien. In de crypte van de St.Martin treft men merovingische sporen aan. De hoogte van de bogen is indrukwekkend, maar aan de kerk is zoveel verbouwd, dat de romaanse oorsprong slechts hier en daar nog te zien is.

Toen wij bij de kerk aankwamen, was er juist een eucharistieviering gaande ter ere van de oud-strijders. Op het einde van de dienst, werden de uitgeleiden gedaan aan de kerkdeur door 4 mannen in een uniform, met een vaandel schuin naar voren stekend. Enkele van de oud-strijders gingen een gesprek met ons aan. Ze zagen onze bagage wagentjes en de schelpen die we droegen. Er was ook een vrouwtje bij, die ons vertelde dat ze in de oorlog, in een concentratiekamp had gezeten en met enige trots wees ze naar één van de vele onderscheidingen die ze had. Ze zou deze van president Sarkozy hebben gekregen.

In de sacristie van de kerk hebben we nog een stempel in ons credential gekregen.

Na een pauze op een plein met een reusachtig oorlogsmonument van WOI, ging het richting de D920 naar Noailles. Aan de rand van Brive hebben het bedevaartsoord van de grotten van St.Antonius bezocht. De Fransiskaner kerk en klooster zijn boven op de rotsen gebouwd, waar de grotten zich bevinden. Er in bevindt zich een prachtig Mariabeeldje met het kindje Jezus op de arm. Er is ook een refugio. In een flinke klim gepaard gaand met zweet, hebben we de kampeerboerderij van Gabriel en Jeanette Delmas bereikt. Omstreeks 13:00 uur was het in Brive al 33°C en ik denk zeker, dat vandaag de 35°C is bereikt.

Aangekomen op de boerderij, werden we door de vrouw des huizes uitgenodigd voor een frisdrank en zij stond erop ook een stempel in onze pelgrimspas te mogen zetten. Zij en haar man hebben voortdurend harde woorden met elkaar, maar het komt bij ons zo over, dat dit altijd al het geval is geweest.

23 juni 2008  Dag 54  Noailles  -  Martel  32 km  Totaal 1351 km

 

Vanmorgen werden we in ons tentje gewekt, door het geloei van koeien en werden we er meteen aan herinnert, dat we kamperen bij de boer (roodkleurig vee).

Na afscheid te hebben genomen van madam Jeanette (monsigneur Gabriël was ergens op de boerderij aan het werk), ging het in de korte broek en ingesmeerd tegen zonnebrand, op pad om de route weer op te pakken.

Via de drukke D158 zaten we na 5km weer op onze beschreven route, die via de D162 naar Turenne voerde. Een paar kilometer voor deze plaats, stonden we op een splitsing te twijfelen welke weg we zouden nemen, toen een Franse automobilist stopte en ons in de goede richting hielp. We hebben hem verteld, dat we vanuit Nederland onderweg zijn naar Santiago de Compostela. Hij was vol bewondering voor Fien en haar bagagekarretje.

Al van verre hebben we het vestigingstadje, met op de top de resten van een kasteel met de ‘Tour de Caesar’ zien liggen, maar om er te komen, moest nog een klim van 8-9% bedwongen worden. De Franse automobilist heeft zeker geweten, wat ons te wachten stond. Ook ik ben vol bewondering van Fien, dat zij in deze zware situaties gestaag blijft door gaan. Wel is bij haar te zien, in vorm van transpiratievlekken op t-shirt en broek, in welke categorie we de klim moeten indelen. In de Ardennen hebben we het best zwaar gehad, maar deze klim was ook niet mis.

Turenne is een prachtig stadje en bij de ingang van deze plaats staat een bord, dat het tot één van de mooiste dorpen van Frankrijk behoort. Als je daar zo rond loopt, dan kun je je goed voorstellen, hoe het in de middeleeuwen was. Er is ook nog een 17e eeuwse kerk, die werd afgebouwd door Elisabeth van Nassau, dochter van Willem van Oranje.

Vandaar ging het weer in een klim richting hôpital-St.Jean en vervolgens naar Martel. In dat stuk zagen we veel boomgaarden met walnoten en het kalksteen plateau van Martel. Je hebt er schitterende uitzichten.

De temperatuur van vandaag kwam weer dicht bij de 35°C. Op plaatsen voelde je het asfalt plakken. Ondanks dat het toch veel op en af ging en met deze temperatuur, die de nodige energie vergde, hebben we toch weer volop genoten. Ook Martel, waar we op camping municipal ‘La Callopie’ de komende nacht verblijven, is een prachtig stadje. Het stadje ontstond rond een kerk die Karel Martel (de grootvader van Karel de Grote) liet bouwen, na zijn befaamde overwinning op de Moren bij Poitiers in 732. Martel staat bekend om zijn zeven torens, waaronder die van de gotische weerkerk St.Maur. De Chapelle de Notre Dame bezit een zwarte Madonna. Het stadje bezit nog delen van de stadsmuur uit de 12e-14e eeuw met een massieve stadspoort. Het is echt genieten, als je in dit oude stadsdeel rond loopt. Er is een fraaie markthal met een houten kap, waar men specialiteiten van de streek kan kopen, zoals walnoten en truffels (een soort paddestoel die onder de grond groeit).

24 juni 2008  Dag 55  Martel – Rocamadour  25 km  Totaal 1377 km

 

Vannacht nog wakker geworden van de regen op het tentdoek en we hoorden het onweren, maar het was wat verder weg.

Bij het opstaan was de tent al helemaal opgedroogd, wat maar zelden voorkomt.

In Martel nog even naar het postkantoor geweest om wat dagverslagen te versturen en nog naar de bakker en de supermarkt. We eten en drinken best veel, maar het wandelen met z’n klimmen en dalen, vergt toch zoveel energie van ons, dat wij er niet meer van aankomen. In tegendeel we vallen er nog van af. We eten zeker twee stokbroden per dag met kaas, smeerkaas, ham, knakworst, leverpastei, eiersalade of jam. Dagelijks eten we ook fruit in de vorm van bananen, appels, peren, nectarines en perzikken. Dan de papjes niet te vergeten, chocolade, mokka of vruchtenyoghurt. Meestal zijn ze per 4 stuks verpakt, dus dat zijn er voor ieder twee. Wat het drinken betreft, beginnen we elke morgen met het zetten van koffie voor bij het ontbijt. Overdag proberen we chocomelk of yoghi-drinks te kopen. Onze bidons worden meestal meerdere malen gevuld. Op de kerkhoven is meestal een kraan of we vragen mensen om ze bij te vullen. Voor de avond, probeer ik zeker als het een erg dorstige dag was een paar blikjes bier te bemachtigen. Fien lest dan de dorst met een liter jus d’orange. Meestal eten we warm, nadat we op de camping ons tentje hebben opgezet. Dat is over het algemeen soep, aardappelpuree met groente en vlees of macaroni met augurken en vlees. Als het erg warm is, kan het ook zijn, dat we in de winkel een salade kopen en deze aanvullen met een blik erwten en worteltjes en papjes na. We zijn nog maar zelden uit eten gegaan. Fien zegt altijd, nu weet ik wat ik koop en wat we eten. Als we uit eten gaan is het de vraag wat we te eten krijgen.

Onze dagelijkse problemen, gedurende onze tocht naar Santiago zijn:

- Is er een levensmiddelenwinkel op onze route?

- Is er een camping, gite of refugio op loop afstand?

- Hebben we nog genoeg wc papier?

Dus jullie zien dat we problemen kunnen hebben, maar het is over het algemeen genieten van het wisselende landschap, de natuur, de rustige wegen en de prachtige oude dorpen en steden.

Ook als het weer wat tegen zit, dat het regent of dat het heet is of dat het veel op en af gaat, we zijn dan wel moe op het eind van de dag, maar onderweg genieten we nog steeds. Zo ook vandaag, was het weer behoorlijk heet en waren er weer wat klimmen en afdalingen.

Van Martel begon het met een klim over de D23 richting Creysse. Iets voor deze plaats, hadden we volgens ons boekje een andere weg moeten nemen, maar we hebben er geen spijt van dat we iets omgelopen hebben, want Creysse was een best leuk dorp met veel oude huisen en een oude overdekte markthal. We zagen op de borden dat de notenroute hier ook liep. Er zijn nog steeds veel boomgaarden met walnoten. Na Creysse liepen we een stukje langs de Dordogne. Het was een best brede rivier, met snel stromend water, waar langs begroeide oevers met veel struiken en bomen.

In St.Sozy hebben we onze middagpauze gehouden aan de rand van het voetbalveld.

Rondom Meyronne zagen we enkele borden, waar ze ‘Foie Gras’ verkochten. Dit is een Franse delicatesse gemaakt van ganzenlever. Ook zagen we de steile rotswanden van de kalksteenplateaus. Na deze plaats kregen we nog een klim van 7% over 2km. In Meyronne, hebben we onze bidons bij gevuld en het oude kerkje in romaanse stijl bekeken. Op weg naar l’Hospitalet waren de boeren volop aan het hooien en kwamen we langs een weiland met veel geiten. Iets verderop zagen we de boerderij, waar geitenkaas te koop was. In l’Hospitales heb ik de 13e eeuwse kapel tussen ruïnes van het eeuwenoud pelgrimshospitum van St.Jean bezocht, waarna we camping ‘Les Cigales’ hebben opgezocht voor de komende twee nachten.

25 juni 2008  Dag 56  Rocamadour  Rustdag  Totaal 1377 km

 

Vannacht enkele malen wakker geworden van de regen, maar bij het opstaan was het bewolkt, maar droog. Camping ‘Les Cigales’ ligt ca. 300m vanaf de ruïnes van het eeuwenoud pelgrimshospitiIum van St.Jean.

We hebben een rustdag genomen om het stadje Rocamadour wat beter te kunnen bekijken. De naam Rocamadour is te danken aan St.Amadour, een kluizenaar die daar in de 11e eeuw gewoond heeft en begraven is.

De bron van de Maria-verering is verloren gegaan, maar een bul van paus Pascal II  uit 1105, meldt voor het eerst de zwarte Madonna in de kapel van Rocamadour en kort daarna bedevaarten.

Onder aansporing van de abdij van St.Martin van Tulle, groeide het plaatsje snel uit tot een belangrijk Europees bedevaartsoord, dat tevens druk bezocht werd door Santiago pelgrims en nu nog zeer in trek is.

In 1188 was het merendeel van de gebouwen in het religieuze stadsdeel voltooid. Veel graven, koningen en bisschoppen hebben het stadje bezocht, waaronder paus Johannes XXIII.

Vroeger werden door de Nederlandse bisschoppen boetelingen naar Rocamadour gestuurd, voor een alternatieve straf. Als bewijs voor het uitbrengen van de tocht, brachten ze een medaille mee, de zogeheten ‘Sportella’

Vanaf de camping, komen we via een rijweg, in een tunnel, vanwaar we prachtig uitzicht hebben op het stadje, dat werkelijk boven elkaar tegen en half in een rotswand is gebouwd. Ook is het genieten van de uitzichten over het dal van de Alzou. Over de (voetgangers)straat in het stadje zijn 4 stadspoorten gebouwd, daterend uit de 13e eeuw. In het centrum leidt de ‘Escaliner’ (lift) naar de heilige dommen tegen de rotswand. Voor gelovigen, die de 216 ruwe treden op blote knieën namen, betekende deze de finale boetedoening en nog steeds vindt dit plaats. Dit hebben wij echter niet gedaan, omdat wij nog verder willen naar Lourdes en Santiago.

Het eerste deel eindigt bij la Place des Senhals, bij de kapel van de zwarte Madonna, waar de Sportellas verkocht werden. Wij kregen er een stempel in ons credential, zo groot, dat deze wel vier plaatsen van een gebruikelijke stempel in beslag nam. Vervolgens leidt de trap door het bisschoppelijk paleis naar het fraaie voorplein, waar de kapellen en kerken aan grenzen, waaronder het doel van de bedevaarten, de Notre dame en de benedencrypte van St.Amadour. Het ging nog verder via een pad zichzaggend naar boven, langs kapelletjes met de kruiswegstaties, naar het château ‘Les Remparti’. Hier vlakbij staat een houten kruis, waarvan dit hout door pelgrims uit Jeruzalem is meegebracht. Jammer dat Rocamadour van pelgrims- veranderd is in toeristische plaats. Hoewel we tijdens ons verblijf al daar, een processie met deelname van veel jeugd hebben gezien.

Naar boven    Print deze pagina    Mail de webmaster     
Meerdaagse verwachtingen!
   
 
Webs.nl Inbound marketing