|
Worpen voor tireurs ( schutters ) :
Tireren is spectaculair maar vraagt opperste concentratie, vaardigheid en kracht. De beste tireurs zijn echter niet diegenen die het hardst gooien. Het doel van tireren is het raken van de bal van de tegenstander, zodat de bal bij het butje weggespeeld wordt. Net als bij pointeren zijn er verschillende manieren om te schieten.
IJzer op ijzer:
|
Dit type schot wordt voornamelijk gebruikt op onregelmatig terrein. De bal van de tegenstander moet men recht in het midden raken, een schot op het ijzer dus. Dit is het moeilijkste schot, dat veel nauwkeurigheid vereist. De boule moet de tegenstander raken zonder de grond te raken. Het perfecte schot noemt men een "carreau". |
|
Indirect schieten:
|
Een van de meest voorkomende redenen dat tireurs de boule van de tegenstander missen. Is dat de boule over de tegenstander heen springt (m.n. bij harde banen). Om dit te voorkomen kan men het beste kort schieten. Laat de boule 20 tot 30 cm landen voor de boule van de tegenstander. De aanvallende boule rolt door en ketst de tegenstander weg. Deze worp is alleen geschikt voor zanderig en vlak terrein. Zelfs het kleinste steentje kan er voor zorgen dat men het doel mist. |
|
Slepend schieten:
|
Bij dit schot wordt de bal zo hard mogelijk gespeeld, waarbij de boule 3 tot 4 meter voor het doel de grond raakt. Het grote nadeel van dit schot is dat de speelbal alle onregelmatigheden van het terrein tegenkomt, waardoor het ongecontroleerd wordt. Het resultaat is dus zeker niet voorspelbaar. | |